Ieder jaar verschijnt er onder meer in dagbladen wel een artikel over de taalfouten die in de bladen blijven staan. Ik herinner me een artikel van ruim een jaar geleden in Trouw, naar aanleiding van de presentatie van een nieuw Stijlboek voor de krant. In de Volkskrant van zaterdag 11 april wijdt de ombudsvrouw van die krant er een groot artikel aan: Redactie vecht tegen taalfouten.

Herkenbaar artikel over eindredactie en waarom het dan toch nog regelmatig fout gaat.
Hoe herkenbaar. Maar wat een mooi uitleg van ombudsvrouw Annieke Kranenberg. “Fouten die in het stuk zelf staan, zijn doorgaans door de journalisten gemaakt en daarna over het hoofd gezien door anderen. Fouten in de aankleding zijn veelal voor rekening van eindredacteuren. Voor de buitenwacht maakt het misschien niets uit. Een fout in de krant is een fout in de krant. Voor verslaggevers doet het er wel degelijk toe. Hun naam prijkt boven een artikel, zij worden aangekeken op alle fouten. De keerzijde is natuurlijk dat de eindredactie hen voor veel narigheid behoedt.” Dat mag ook wel eens gezegd worden.
Hier klinkt de dagelijkse praktijk op de redactie van Boerderij. En dan ook nog het zinnetje “meestal lezen chefs de artikelen voordat ze naar de eindredactie worden doorgestuurd.” Het is vooral die tijdsdruk die op de loer ligt. En dan nog. Een tweede eindredacteur leest een geredigeerd artikel voordat het naar de drukker gaat nog eens na. Daarbij zie je de werking van onze hersenen. Sommige fouten worden ook bij nalezen niet opgemerkt. Ik noem dat het zelfcorrigerende vermogen van de hersenen. Doordat je denkt te weten wat er staat, lees je in sommige gevallen ook wat je denkt wat er staat. Daar ga je als eindredacteur helaas de mist in.
Voor snelle media heb ik begrip voor dit soort fouten. Ik zie zelf ook nog wel eens wat over het hoofd bij een tweede lezing. Maak je een nieuwsbrief of een vacaturetekst of een reclame-uiting, dan heb ik daar minder begrip voor. Dat zijn voor mij de dankbare uitingen om aandacht voor te vragen via Twitter of op deze plek.
De Volkskrant wil binnenkort op haar website een redigeerknop voor lezers installeren, zodat die actief kunnen redigeren. Het idee om lezers zelf te laten redigeren lijkt interessant, maar of het in de praktijk werkt? Een krant of nieuwssite is geen Wikipedia. Lezers corrigeren na publicatie vanzelf als het echt te erg is. Daarvoor gebruiken ze e-mail. Ik blijf de ontwikkelingen volgen bij de collega’s van de krant.
