Drs. P

Ode aan drs. P

Ik kan hier wel van alles gaan schrijven over het oeuvre van de Nederlands-Zwitserse taalvirtuoos, maar dat staat allemaal al beschreven. Eind jaren zeventig, begin jaren tachtig trad drs. P met grote regelmaat op in Nijmegen. De Nijmeegse Schrijver Cees van der Pluijm (met pseudoniemen Paul Lemmens en Peter Coret) stelde veel verzamelbundels en lp’s/cd’s samen. Daarom was Heinz Polzer vaak in Nijmegen en gaf optredens in vooral Politiek Cultureel Centrum O42. Heerlijk hoe hij alle teksten uit het hoofd zong, en hoe charmant als het even fout ging en hij gewoon de tekst iets terug herpakte.

Read More

taalfouten in de media

Herkenbare taalkwesties op de eindredactie

Ieder jaar verschijnt er onder meer in dagbladen wel een artikel over de taalfouten die in de bladen blijven staan. Ik herinner me een artikel van ruim een jaar geleden in Trouw, naar aanleiding van de presentatie van een nieuw Stijlboek voor de krant. In de Volkskrant van zaterdag 11 april wijdt de ombudsvrouw van die krant er een groot artikel aan: Redactie vecht tegen taalfouten.

Read More

Toch geen Nederlandstalig liefdeslied?

Hebban olla vogala nestas

Hebban olla vogala nestas niet het oudste Nederlands?

De taal van de versregel Hebban olla vogala nestas hagunnan hinase hic enda thu wat unbidan we nu is geen Oud-Nederlands, see maar Oud-Engels, beweert de Gentse hoogleraar Luc De Grauwe in Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Het poëtische zinnetje – waarschijnlijk twee regels uit een liefdesliedje – werd aangetroffen op een stukje perkament in een boek dat tussen 1075 en 1100 is gemaakt in de abdij van Rochester.

Ik heb altijd geleerd dat het een Nederlandse zin is, ook al is hij op het eerste gezicht tegenwoordig nauwelijks meer te begrijpen. Het wordt vaak het oudste Nederlands genoemd dat wij kennen. Letterlijk staat er: Hebben alle vogels nesten begonnen behalve ik en jij; wat wachten we nu, oftewel: alle vogels zijn al aan het nestelen, behalve jij en ik; waar wachten we nog op?

In de abdij probeerde een monnik een nieuwe pen uit en schreef het zinnetje op, met een Latijnse vertaling erbij. Taalkundigen dachten dat het West-Vlaams was, voornamelijk door het woord olla (alle). De Grauwe vergeleek de tekst met de taal die destijds in Kent werd gesproken. Volgens hem kan ieder woord een Oud-Kentse vorm zijn. Als dat zo is, moet de literatuurgeschiedenis worden herschreven, en ik terug naar school.